Nieuws

Chinese rechtbank vindt Bitcoin niet illegaal

China city picture

Een chinese arbitrage rechtbank (Shenzhen International Court of Arbitration) vindt dat Bitcoin juridische bescherming verdient ook al wordt deze niet als valuta erkend door de wetgevende macht in China.

Recent is er via verschillende kanalen nieuws uitgebracht dat China het verbod op Bitcoin heeft opgeheven, één van deze nieuwsberichten die ‘viral’ ging is afkomstig van BTCNN. Na wat rond spitten in de originele bron en de vertaling hiervan door Katherine Wu, een Chinees-Amerikaanse cryptovaluta-onderzoeker met een affiniteit voor de wet, kwamen we erachter dat het hier om nepnieuws gaat. Wij onderscheiden feit van fictie.

Legale status van cryptovaluta in China blijft ongewijzigd

Allereerst is het belangrijk te weten wat een arbitrage rechtbank doet. Arbitrage is namelijk particuliere rechtspraak. Het gaat hier om een oordeel buiten de ‘gewone’ rechter om. Deze heeft tot doel om tot een overeenkomst tussen partijen te komen die een geschil hebben. Vooral wanneer het om grote bedragen tussen partijen gaat zie je dat mensen zich richten tot zo’n soort rechtbank. Deze geeft vervolgens onafhankelijk advies over de situatie en kijkt daarbij ook naar geldende wet- en regelgeving om zo tot een eerlijke oplossing te komen.

Normaal gesproken is het zo dat wanneer een rechter iets oordeelt dat hierdoor de interpretatie van de huidige wet veranderd kan worden. Stel een rechter in Nederland oordeelt bijvoorbeeld dat overwerk altijd uitbetaald dient te worden, in theorie kan dit dan plots voor iedere werkgever gelden. Wanneer de rechter van een arbitrage-rechtbank oordeelt heeft dit dus geen juridische gevolgen.

Waar ging de zaak over?

De legale status van Bitcoin in China is eigenlijk onduidelijk, er bestaan verschillende juridische definities bestaan met betrekking tot cryptovaluta onder de huidige Chinese wet- en regelgeving. Regulatie op Bitcoin zelf lijkt daarbij volgens de Arbitrator ook onduidelijk te zijn, vandaar dat deze rechter zich heeft beroepen op meer algemeen geldende contractenrecht en algemeen geldende privaatrechtelijke wet- en regelgeving. Dus niet specifiek over crypto zelf.

Daarbij kijkt de rechter dus specifiek naar wat partijen beoogd hebben met de overeenkomst die zij zijn aangegaan alsmede het doel van het aangaan van deze overeenkomst. De rechter heeft daarom besloten dat Bitcoin in deze specifieke zaak als ‘eigendom’ gezien moet worden en is dus een beschermd recht onder de huidige wet- en regelgeving.

Het ging hier specifiek om een geschil tussen partijen over het beheer van bepaalde cryptovaluta. Eén van de partijen had cryptovaluta in beheer van een ander. Hierover waren afspraken gemaakt met betrekking tot terugbetaling. Deze afspraken waren vervolgens niet nagekomen en dus besloten ze naar de rechter te gaan om deze crypto op te eisen.

Volgens één van de partijen zouden de betalingsafspraken juridisch gezien nooit tot stand zijn gekomen omdat ICO’s onder de Chinese wet illegaal zijn, het gehele contract die zij onderling overeengekomen waren had dus nooit mogen bestaan. De rechter ging hier niet in mee.

Ongeacht van hoe de wetgever kijkt naar ICO’s en de juridische status van Bitcoin betekent dit volgens de rechter niet dat de omloop en betaling van cryptovaluta illegaal is. De rechter heeft daarvoor drie argumenten:

  1. De originele betalingsafspraken tussen partijen zijn geldig, dat het hier gaat om Bitcoin doet hier geen afbreuk aan.
  2. Hoewel Bitcoin digitaal is en andere eigenschappen dan fiat-geld heeft, betekent dat niet dat Bitcoin geen vorm van betaling kan zijn.
  3. Hoewel Bitcoin juridisch niet erkent is als valuta, betekent dat niet dat deze als “eigendom” geen juridische bescherming geniet.

Bitcoin heeft dus volgens de rechter eigenschappen van eigendom, het kan enkel beheerd worden door de eigenaar en heeft een economische waarde. Volgens de rechter breekt Bitcoin dan ook geen enkele wet en dient deze onder het geldende contractenrecht te vallen.

Rechter van mening dat Bitcoin eigendom is

Samenvattend komt het er in Jip- en Janneke taal dus op neer dat Bitcoin volgens de rechter dezelfde juridische status heeft als een aangekochte pen. Ik kan aantonen dat de pen van mij is, ik heb als enige in principe het beheer over deze pen en de pen heeft een bepaalde economische waarde. Als ik een afspraak maak over het verkopen van deze pen dan zal deze door mij dus nagekomen moeten worden.

Zoals gezegd betreft het hier slechts de mening van één arbitrage-rechter, de huidige wet- en regelgeving in China blijft daarmee ongewijzigd.

Laat een reactie achter

Je email adres wordt niet gepubliceerd.